Ik leerde hem in 1978, ik was toen 14, kennen van "Lovely Day" (met die lange uithaal). Maar hij heeft meer bekende nummers gemaakt, zoals Ain't No Sunshineen Just The Two Of Us. En Lean on Me, dat juist nu veel wordt gezongen en gespeeld als troostrijk nummer tijdens de coronacrisis.
Withers overleed aan een hartaandoening.
Polderdame (1963) woont ergens in de polder. Ze blogt sinds 2003. Deze blog is een verzameling van oude blogs, die ooit offline zijn opgeslagen (dit werk is nog lang niet klaar); sinds 2019 worden er ook nieuwe blogs geschreven. NB: het gebeurt helaas dat afbeeldingen opeens zijn verdwenen! Hiervoor mijn excuses. Wilt u in de reactie van zo'n blog met lege afbeeldingen een opmerking hierover schrijven? Indien mogelijk zal ik ze opnieuw proberen te plaatsen.
vrijdag 3 april 2020
donderdag 2 april 2020
Een (weer)herinnering...
Het wordt dit weekend (vooral 5 april) flink warmer, tot wel 20 graden! Maar de weerman (m/v) mag niet jubelen want we mogen voorlopig niet meer massaal naar buiten. En ik merk dat ze daar met hun presentaties best wel mee in hun maag zitten. Wat ik me goed voor kan stellen.
Het doet me een klein beetje denken aan Koninginnedag 2009, toen ik de hele dag weerberichten presenteerde voor de radio van Omroep Flevoland. Het was heerlijk weer, de sfeer was vrolijk, de stemming zat er goed in en voor mij was het heerlijk ontspannen om er nog eens een schepje bovenop te doen met het presenteren van het leukst mogelijke weerbericht!
Even na twaalven moest ik weer een weerbericht doen (wat ik altijd vanuit huis deed met de nodige apparatuur). Maar even vóór twaalven zag ik, net toen de Koningin met gevolg in een open dubbeldekker passeerde, een oude Suzuki door het publiek scheuren, om vervolgens met een klap tegen de Naald van Apeldoorn terecht te komen. Vrijwel meteen wist ik (en iedereen die het zag) dat dit niet "bij de act hoorde".
Ik realiseerde me: ik kan nu niet meer jubelen over "schitterend oranjeweer" en "perfect voor de stuivertjesmarkt". Ik wist ook nog niet wat er nou precies gebeurd was, ik had nog pakweg een kwartier om me te herpakken en op sobere wijze (de presentator van Omroep Flevoland was daar inmiddels ook al mee bezig) het weerbericht herschrijven. Dat omschakelen van Himmelhoch Jauchzend naar Zum Tote Bedrübt" gaf me veel stress en onrust, maar ik geloof dat ik er wel in ben geslaagd.
Toen de Koningin later die middag voor de televisie verscheen, sprak ze, na een diepe zucht: "Wat begonnen is als een prachtige dag is geëindigd in een vreselijk drama, wat ons allen heel diep heeft geschokt. Mensen die er dichtbij hebben gestaan, die het hebben zien gebeuren op televisie, allen die het meebeleefd hebben, zullen met verbijstering en ongeloof gekeken hebben."
En die woorden waren zo waar... Van het ene op het andere moment was al het moois van die aanvankelijk perfecte dag weg, letterlijk in één klap.
Het doet me een klein beetje denken aan Koninginnedag 2009, toen ik de hele dag weerberichten presenteerde voor de radio van Omroep Flevoland. Het was heerlijk weer, de sfeer was vrolijk, de stemming zat er goed in en voor mij was het heerlijk ontspannen om er nog eens een schepje bovenop te doen met het presenteren van het leukst mogelijke weerbericht!
Even na twaalven moest ik weer een weerbericht doen (wat ik altijd vanuit huis deed met de nodige apparatuur). Maar even vóór twaalven zag ik, net toen de Koningin met gevolg in een open dubbeldekker passeerde, een oude Suzuki door het publiek scheuren, om vervolgens met een klap tegen de Naald van Apeldoorn terecht te komen. Vrijwel meteen wist ik (en iedereen die het zag) dat dit niet "bij de act hoorde".
Ik realiseerde me: ik kan nu niet meer jubelen over "schitterend oranjeweer" en "perfect voor de stuivertjesmarkt". Ik wist ook nog niet wat er nou precies gebeurd was, ik had nog pakweg een kwartier om me te herpakken en op sobere wijze (de presentator van Omroep Flevoland was daar inmiddels ook al mee bezig) het weerbericht herschrijven. Dat omschakelen van Himmelhoch Jauchzend naar Zum Tote Bedrübt" gaf me veel stress en onrust, maar ik geloof dat ik er wel in ben geslaagd.
Toen de Koningin later die middag voor de televisie verscheen, sprak ze, na een diepe zucht: "Wat begonnen is als een prachtige dag is geëindigd in een vreselijk drama, wat ons allen heel diep heeft geschokt. Mensen die er dichtbij hebben gestaan, die het hebben zien gebeuren op televisie, allen die het meebeleefd hebben, zullen met verbijstering en ongeloof gekeken hebben."
En die woorden waren zo waar... Van het ene op het andere moment was al het moois van die aanvankelijk perfecte dag weg, letterlijk in één klap.
8d of Kunstkopstereo
Opeens is het hot, het haalde zojuist zelfs NPO Radio 1: 8d-muziek. Een in 8d geremixte song van Billie Eilish (wat mij betreft de beste nieuwkomer van de afgelopen jaren!) is opeens viral gegaan. De remix klinkt alsof het binnen je schedel plaats vindt, maar dan moet je wel oortjes of een koptelefoon gebruiken. Het Coronalied is overigens ook in 8d opgenomen.
Maar ik ken dit al langer. In 1977 of 1978 had je het KRO-programma Rauhfaser, een alternatief programma op de zondagavond, waar ik als puber groot fan van was. Daar gaven ze eens een demonstratie "Kunstkopstereo". Ik was enorm onder de indruk! Het wordt ook in films gebruikt, maar dan moet je wel een goede bioscoop hadden.
De gast op Radio 1 zegt dat deze oude techniek op iedereen een ander effect heeft. De één (ik) vindt het prachtig, de ander kan er duizelig van worden (ik moet er inderdaad wel zittend naar luisteren).
En Billie Eilish kan sowieso weinig verkeerd doen bij me, al kon ik bij wijze van spreken haar grootmoeder zijn 😉
Maar ik ken dit al langer. In 1977 of 1978 had je het KRO-programma Rauhfaser, een alternatief programma op de zondagavond, waar ik als puber groot fan van was. Daar gaven ze eens een demonstratie "Kunstkopstereo". Ik was enorm onder de indruk! Het wordt ook in films gebruikt, maar dan moet je wel een goede bioscoop hadden.
De gast op Radio 1 zegt dat deze oude techniek op iedereen een ander effect heeft. De één (ik) vindt het prachtig, de ander kan er duizelig van worden (ik moet er inderdaad wel zittend naar luisteren).
Kluizenaarsquarantainetip 3: Rust
Dat is nou toevallig...! Een paar dagen geleden was ik buiten en ik realiseerde me: deze stilte, het lijkt wel op de zondagen uit mijn jeugd! Laat pater Hugo nou een soortgelijke vergelijking maken...!
(en dat van die radio die 's ochtends aan gaat: klopt...😊😳)
Dat is jammer, want de stilte is een magisch muziekje dat de goede God heeft bedacht om ons een makkelijke ingang te bieden tot onszelf en daarmee tot Hemzelf. Probeer maar eens echt naar de stilte te luisteren in plaats van die alleen maar geduldig te verdragen. Actief te luisteren naar de stilte. Na een tijdje ontstaat er een soort van ruimte waarin er van alles te ontdekken valt.
Misschien dat sommigen er inderdaad eerst even aan moeten wennen. Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat er gebeurt met mensen die jarenlang voor de stilte op de vlucht zijn geweest en er dan in één keer – plons! – induiken. Misschien moeten er dan eerst inderdaad de nodige innerlijke griezels worden getrotseerd. Toch denk ik dat het dan nog steeds de moeite waard is de stilte te leren kennen en verkennen. Een leven zonder stilte is zoiets als een leven zonder blauwe zomerluchten, de geur van regen, de prik van vrieslucht of het geluid van sneeuw onder je schoenen. Eeuwig zonde!
Als je dan toch achter de voordeur wordt gejaagd zou je kunnen overwegen eens nader kennis te maken met de stilte. Ook al omdat het buiten de deur zo’n stuk stiller is. Het is de hele week zondagochtend om acht uur, zo stil buiten. Deze hele crisis geeft veel om over te treuren, maar dat hoort daar niet bij, wat mij betreft.
(en dat van die radio die 's ochtends aan gaat: klopt...😊😳)
Kluizenaarsquarantainetip 3: Rust…
…of liever nog dan rust: stilte. Nogal wat mensen zijn daar helemaal niet meer aan gewend en zelfs een beetje bang voor geworden. Ze kruipen ’s morgens uit hun nest en drukken als eerste de radio aan. Niet dat ze daar werkelijk naar luisteren: vaak staat hij zelfs niet eens hard genoeg om echt naar te luisteren. Hij staat net hard genoeg om de stilte te verdrijven.Dat is jammer, want de stilte is een magisch muziekje dat de goede God heeft bedacht om ons een makkelijke ingang te bieden tot onszelf en daarmee tot Hemzelf. Probeer maar eens echt naar de stilte te luisteren in plaats van die alleen maar geduldig te verdragen. Actief te luisteren naar de stilte. Na een tijdje ontstaat er een soort van ruimte waarin er van alles te ontdekken valt.
Misschien dat sommigen er inderdaad eerst even aan moeten wennen. Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat er gebeurt met mensen die jarenlang voor de stilte op de vlucht zijn geweest en er dan in één keer – plons! – induiken. Misschien moeten er dan eerst inderdaad de nodige innerlijke griezels worden getrotseerd. Toch denk ik dat het dan nog steeds de moeite waard is de stilte te leren kennen en verkennen. Een leven zonder stilte is zoiets als een leven zonder blauwe zomerluchten, de geur van regen, de prik van vrieslucht of het geluid van sneeuw onder je schoenen. Eeuwig zonde!
Als je dan toch achter de voordeur wordt gejaagd zou je kunnen overwegen eens nader kennis te maken met de stilte. Ook al omdat het buiten de deur zo’n stuk stiller is. Het is de hele week zondagochtend om acht uur, zo stil buiten. Deze hele crisis geeft veel om over te treuren, maar dat hoort daar niet bij, wat mij betreft.
woensdag 1 april 2020
"Maar er is ook goed nieuws!"
Al hebben we nu nachten met lichte, plaatselijk matige vorst, kouder dan we sinds 31 januari 2019 hebben gehad. Ruim een jaar geleden werd het in Nieuw-Beerta -9 graden. Afgelopen winter heeft het amper gevroren en nu is het alweer april!
"Mama moet maar even een weekje wachten..."
Pieter Klein schrijft columns voor RTL Nieuws. Afgelopen jaar heeft hij o.a. veel en indringend geschreven over het kinderopvangtoeslagschandaal (mensen, vaak met een allochtone achtergrond, moesten ten onrechte KOT terugbetalen en werden beschuldigd van fraude, kregen vervolgens nergens een poot aan de grond).
Gisteren blogde hij over de coronacrisis. Over het leven in deze krankzinnige tijd. Over de onmacht. Zorgen. Over "samen" dat je nu te pas en te onpas hoort, zowel in reclamespots als bij de Overheid (waar het decor de tekst droeg: "Alleen samen krijgen we corona onder controle", wat niet heel handig was, want regelmatig kwam alleen het deel "Samen krijgen we corona" in beeld). Dat "samen" niet altijd vanzelfsprekend, niet altijd mogelijk is in deze tijden. Zelf kan ik voorlopig niet naar mijn moeder van 82, die 65 km verderop woont. OV wordt afgeraden en de Valys, waarvan ik tegenwoordig afhankelijk ben, rijdt niet gedurende de maatregelen...
Ik loop naar buiten, achter haar aan, en vraag wat er is en hoe ik kan helpen. Ze weet het niet zo goed meer. Er was een acuut probleem. Dacht ze. Iets met een deur. Of een rolluik, dat zou ook kunnen. Maar ja, zegt ze: "M’n hoofd is een vergiet, ik vergeet zoveel." Ik zeg: geeft niet, snap ik, ik loop met u mee, we gaan alles gewoon even bekijken. Da’s lief, zegt ze met pretlichtjes in haar ogen - als ik maar beloof dat ik geen 'u' meer zal zeggen. “Ik ben 'jij'. Dat weet je toch wel?"
Als ik uitleg dat ik afstand houd omdat ik haar niet ziek wil maken, kijkt ze me schamper aan. Ik persisteer, zeg dat het moet. Corona. De buurvrouw vindt het onzin. "Veertig jaar in een ziekenhuis gewerkt, nooit ergens last van gehad." Bij haar binnen controleer ik alle deuren, alle rolluiken. Nergens een probleem. We maken een praatje, over haar gezondheid, over hoe ze zich voelt. Ik bezweer haar: als je denkt dat er ergens toch een probleem is, laat het weten! Is goed, zegt ze. Jij bent toch die buurman van twee huizen verderop? Ik denk dat ze het vergeten is, zodra ik de deur uit loop.
Een beetje verdrietig kom ik huis. Eenzaamheid heeft een gezicht. Woont even verderop. Ik keer terug naar mijn tuin, een beschutte plek, in de zon. Een parallel universum. Stralend weer. Niets aan de hand. Normaal een ultiem gevoel van vrijheid – de zon op je gezicht, de buitenlucht, de vogels en de lente. Thuis. Vrijheid. Nu is er geen keuze. Ik móet thuis blijven. Een opgelegd isolement. De tuin als de luchtplaats van een tijdelijke gevangenis, verstoken van alles wat normaal is. Wetende van het woeden der gehele wereld.
Ik pieker over de publiekscampagne van de overheid. Alleen samen kunnen we het oplossen, worden we de crisis de baas. Steeds kijk ik naar die eerste twee woorden en dan overvalt opstandigheid me. Hoezo samen? Ikke zelf. Ik wil niet samen, ik wil mijn eigen weg gaan, zoals ik altijd heb gedaan. Vrij. Alleen. Tegen de stroom in. Ik zie dat velen geroerd zijn over dat samen. Er zijn allemaal initiatieven om het samen te doen. Samen helpen. Samen initiatieven verzinnen. Samen een lied maken. Ik voel me niet zo 'samen'.
Misschien ervaar ik onrust omdat de wittebroodsweken van de crisis achter ons liggen. Omdat we de voortekenen beter zien van wat ons te wachten staat – de crises, in vele opzichten. Economisch, politiek, in menselijk opzicht. Omdat we zien wat schaarste in de zorg betekent. Omdat we zien hoe mensen eenzaam sterven, zonder laatste contact, zonder laatste zoen of glimlach. Hoe alles onder druk staat.
Omdat we wel weten dat we dolgraag willen geloven in dat 'samen', maar ook weten dat we in essentie ook worden teruggeworpen op onszelf. Dat fundamentele zekerheden zijn weggeslagen, dat we zijn afgesloten van elkaar, dat mooie initiatieven dit niet opheffen – en dat we staren naar iets wat we liever niet zouden willen zien: onze eigen eenzaamheid, onze onmacht, ons verdriet. Onze twijfel en kwetsbaarheid.
Steeds als ik die woorden 'alleen samen' zie, draai ik ze om: Samen alleen. 17 miljoen mensen. Alleen. Misschien is het een karakterdefect, misschien hoort het bij mijn vak, misschien heb ik een slechte dag. Misschien moet ik het van me afschrijven en lucht dat op. Ze spreken over 'samen' maar dat samen is de afgelopen jaren zó uitgehold; de verwaarlozing van publieke belangen, in tal van opzichten. Wat betekent 'samen'? Wat betekent samen als in Europa de grenzen van solidariteit zó verkend worden, dat de EU zelf langs de rand van de afgrond scheert?
Overdrijf ik? Ik weet het niet. Ik hoef eigenlijk alleen maar verplicht thuis te zijn. Niet te sterven op de stranden van Normandië, om een monster te bezweren. Er zijn ondertussen talloze mensen die Nederland draaiende houden, in wat men vitale sectoren noemt. Petje af, of beter: een diepe buiging. En oprechte dank. Ik werk thuis, ik werk te veel en te hard, maar ben ook onzeker: wat voor zin heeft het? Het kost me moeite om te focussen, te ordenen, te plannen. De solitude die ik mijn hele leven zocht, zit me nu in de weg.
Sommigen worden enthousiast van alle nieuwe manieren waarop we met vrienden en familie communiceren om de boel draaiende te houden. Het is ook mooi. Nieuwe vormen, toch contact. Ik voel ook iedere keer juist de afstand – het niet nader tot elkaar kunnen komen. Opgesloten in een onvolmaakt, digitaal contact, omdat dat nu de norm is voor medemenselijkheid. Het contact dat de afstand accentueert. Op straat en in de winkel zie ik de vriendelijkheid en de wellevendheid. Ik moet ervan janken.
Ik kan mijn alleenstaande vader niet bezoeken. Met broer en zus besprak ik onmogelijkheden en twijfels. Het was een gezellig en bij vlagen hilarisch videogesprek. En emotioneel: waarom mag ik wel naar mijn buurvrouw en niet naar mijn vader? Waarom mag de hulp wel langskomen, en wij niet? Waarom mag ik wel naar de supermarkt, maar niet naar Der Alte? Zullen we gewoon langsgaan in het hoge Noorden, op ruime afstand en gewoon even naar elkaar zwaaien? We besloten dat we het niet doen. Omdat het mogelijk te emotioneel wordt – omdat het de afstand en de eenzaamheid benadrukt.
Ik maakte een foute grap. Ik hoor jullie niet over mama, zei ik. Wie gaat er op bezoek bij mam? De stemming raakte bedrukt. Het is bijna twee jaar geleden dat mijn moeder overleed – april was een rotmaand. 4 mei overleed ze. Ik piekerde de afgelopen weken steeds: zal ik even naar Friesland rijden terwijl ik zogenaamd thuis werk? Even langs de Friese meren, een frisse neus en dan even langs het graf van mijn moeder. Niet samen, maar alleen. Genieten van de rust van het kerkhof, de lente, de vogels, de afzondering.
Ik had het willen doen, maar het leek me onbestaanbaar. Wel langs m’n moeder, maar niet langs m’n vader, anderhalve kilometer verderop. Ik dacht: mijn moeder zou mijn worsteling wel hebben begrepen. En: wat ben ik blij dat ze dit niet hoeft mee te maken. Ze zou gek geworden zijn van die continue stroom alarmerende berichten. Ik besloot: mama moet maar even een weekje wachten. Alle tijd.
Dank dat je dit verhaal over mijn onmacht wilde lezen. Alle goeds. Samen. En alleen.
Gisteren blogde hij over de coronacrisis. Over het leven in deze krankzinnige tijd. Over de onmacht. Zorgen. Over "samen" dat je nu te pas en te onpas hoort, zowel in reclamespots als bij de Overheid (waar het decor de tekst droeg: "Alleen samen krijgen we corona onder controle", wat niet heel handig was, want regelmatig kwam alleen het deel "Samen krijgen we corona" in beeld). Dat "samen" niet altijd vanzelfsprekend, niet altijd mogelijk is in deze tijden. Zelf kan ik voorlopig niet naar mijn moeder van 82, die 65 km verderop woont. OV wordt afgeraden en de Valys, waarvan ik tegenwoordig afhankelijk ben, rijdt niet gedurende de maatregelen...
Mama moet maar even een weekje wachten
Het is zondag als een oudere, bejaarde vrouw bij ons huis aarzelend aanbelt en weer wegloopt. Mijn kinderen roepen me uit de tuin. Terwijl ze het pad afloopt zie ik gelijk wie ze is: de buurvrouw van een paar huizen verderop. Dementerend (en ze weet het), geen familie meer, alleen op de wereld, aangewezen op thuiszorg en de steun van buren, een gezondheid die achteruitgaat. Ze is 84 jaar.Ik loop naar buiten, achter haar aan, en vraag wat er is en hoe ik kan helpen. Ze weet het niet zo goed meer. Er was een acuut probleem. Dacht ze. Iets met een deur. Of een rolluik, dat zou ook kunnen. Maar ja, zegt ze: "M’n hoofd is een vergiet, ik vergeet zoveel." Ik zeg: geeft niet, snap ik, ik loop met u mee, we gaan alles gewoon even bekijken. Da’s lief, zegt ze met pretlichtjes in haar ogen - als ik maar beloof dat ik geen 'u' meer zal zeggen. “Ik ben 'jij'. Dat weet je toch wel?"
Als ik uitleg dat ik afstand houd omdat ik haar niet ziek wil maken, kijkt ze me schamper aan. Ik persisteer, zeg dat het moet. Corona. De buurvrouw vindt het onzin. "Veertig jaar in een ziekenhuis gewerkt, nooit ergens last van gehad." Bij haar binnen controleer ik alle deuren, alle rolluiken. Nergens een probleem. We maken een praatje, over haar gezondheid, over hoe ze zich voelt. Ik bezweer haar: als je denkt dat er ergens toch een probleem is, laat het weten! Is goed, zegt ze. Jij bent toch die buurman van twee huizen verderop? Ik denk dat ze het vergeten is, zodra ik de deur uit loop.
Een beetje verdrietig kom ik huis. Eenzaamheid heeft een gezicht. Woont even verderop. Ik keer terug naar mijn tuin, een beschutte plek, in de zon. Een parallel universum. Stralend weer. Niets aan de hand. Normaal een ultiem gevoel van vrijheid – de zon op je gezicht, de buitenlucht, de vogels en de lente. Thuis. Vrijheid. Nu is er geen keuze. Ik móet thuis blijven. Een opgelegd isolement. De tuin als de luchtplaats van een tijdelijke gevangenis, verstoken van alles wat normaal is. Wetende van het woeden der gehele wereld.
Ik pieker over de publiekscampagne van de overheid. Alleen samen kunnen we het oplossen, worden we de crisis de baas. Steeds kijk ik naar die eerste twee woorden en dan overvalt opstandigheid me. Hoezo samen? Ikke zelf. Ik wil niet samen, ik wil mijn eigen weg gaan, zoals ik altijd heb gedaan. Vrij. Alleen. Tegen de stroom in. Ik zie dat velen geroerd zijn over dat samen. Er zijn allemaal initiatieven om het samen te doen. Samen helpen. Samen initiatieven verzinnen. Samen een lied maken. Ik voel me niet zo 'samen'.
Misschien ervaar ik onrust omdat de wittebroodsweken van de crisis achter ons liggen. Omdat we de voortekenen beter zien van wat ons te wachten staat – de crises, in vele opzichten. Economisch, politiek, in menselijk opzicht. Omdat we zien wat schaarste in de zorg betekent. Omdat we zien hoe mensen eenzaam sterven, zonder laatste contact, zonder laatste zoen of glimlach. Hoe alles onder druk staat.
Omdat we wel weten dat we dolgraag willen geloven in dat 'samen', maar ook weten dat we in essentie ook worden teruggeworpen op onszelf. Dat fundamentele zekerheden zijn weggeslagen, dat we zijn afgesloten van elkaar, dat mooie initiatieven dit niet opheffen – en dat we staren naar iets wat we liever niet zouden willen zien: onze eigen eenzaamheid, onze onmacht, ons verdriet. Onze twijfel en kwetsbaarheid.
Steeds als ik die woorden 'alleen samen' zie, draai ik ze om: Samen alleen. 17 miljoen mensen. Alleen. Misschien is het een karakterdefect, misschien hoort het bij mijn vak, misschien heb ik een slechte dag. Misschien moet ik het van me afschrijven en lucht dat op. Ze spreken over 'samen' maar dat samen is de afgelopen jaren zó uitgehold; de verwaarlozing van publieke belangen, in tal van opzichten. Wat betekent 'samen'? Wat betekent samen als in Europa de grenzen van solidariteit zó verkend worden, dat de EU zelf langs de rand van de afgrond scheert?
Overdrijf ik? Ik weet het niet. Ik hoef eigenlijk alleen maar verplicht thuis te zijn. Niet te sterven op de stranden van Normandië, om een monster te bezweren. Er zijn ondertussen talloze mensen die Nederland draaiende houden, in wat men vitale sectoren noemt. Petje af, of beter: een diepe buiging. En oprechte dank. Ik werk thuis, ik werk te veel en te hard, maar ben ook onzeker: wat voor zin heeft het? Het kost me moeite om te focussen, te ordenen, te plannen. De solitude die ik mijn hele leven zocht, zit me nu in de weg.
Sommigen worden enthousiast van alle nieuwe manieren waarop we met vrienden en familie communiceren om de boel draaiende te houden. Het is ook mooi. Nieuwe vormen, toch contact. Ik voel ook iedere keer juist de afstand – het niet nader tot elkaar kunnen komen. Opgesloten in een onvolmaakt, digitaal contact, omdat dat nu de norm is voor medemenselijkheid. Het contact dat de afstand accentueert. Op straat en in de winkel zie ik de vriendelijkheid en de wellevendheid. Ik moet ervan janken.
Ik kan mijn alleenstaande vader niet bezoeken. Met broer en zus besprak ik onmogelijkheden en twijfels. Het was een gezellig en bij vlagen hilarisch videogesprek. En emotioneel: waarom mag ik wel naar mijn buurvrouw en niet naar mijn vader? Waarom mag de hulp wel langskomen, en wij niet? Waarom mag ik wel naar de supermarkt, maar niet naar Der Alte? Zullen we gewoon langsgaan in het hoge Noorden, op ruime afstand en gewoon even naar elkaar zwaaien? We besloten dat we het niet doen. Omdat het mogelijk te emotioneel wordt – omdat het de afstand en de eenzaamheid benadrukt.
Ik maakte een foute grap. Ik hoor jullie niet over mama, zei ik. Wie gaat er op bezoek bij mam? De stemming raakte bedrukt. Het is bijna twee jaar geleden dat mijn moeder overleed – april was een rotmaand. 4 mei overleed ze. Ik piekerde de afgelopen weken steeds: zal ik even naar Friesland rijden terwijl ik zogenaamd thuis werk? Even langs de Friese meren, een frisse neus en dan even langs het graf van mijn moeder. Niet samen, maar alleen. Genieten van de rust van het kerkhof, de lente, de vogels, de afzondering.
Ik had het willen doen, maar het leek me onbestaanbaar. Wel langs m’n moeder, maar niet langs m’n vader, anderhalve kilometer verderop. Ik dacht: mijn moeder zou mijn worsteling wel hebben begrepen. En: wat ben ik blij dat ze dit niet hoeft mee te maken. Ze zou gek geworden zijn van die continue stroom alarmerende berichten. Ik besloot: mama moet maar even een weekje wachten. Alle tijd.
Dank dat je dit verhaal over mijn onmacht wilde lezen. Alle goeds. Samen. En alleen.
1 April!
Ik dacht dat er vanwege de coronacrisis geen aprilgrappen zouden worden gemaakt, omdat de werkelijkheid meer bizar is dan de sterkste aprilgrap, maar ik heb me vergist. Ik ben zelfs in een grap getrapt: die van Jamin, die enkele dagen geleden bekend maakte de vanwege corona niet verkochte chocolade paashazen om te turnen naar sinterklazen. Ik zag het op televisie en dacht nog: dat ziet er niet uit...
Maar volgens o.a. de Gelderlander zijn er meer grappen gemaakt. Niet bij de grote bedrijven, die zich op de vlakte hielden dit jaar, zelfs niet bij het Jeugdjournaal en Google, maar vooral op scholen, zoals in Sint Pancras. Leerlingen van groep 7 kregen van juf Karen Jongkind een berichtje dat ze hun huiswerk op het raam moesten plakken en dan komen de leraren vandaag langsfietsen om het te controleren. Gisteren om 11 uur moesten ze een foto maken van hun werk plus het adres. Slechts twee leerlingen roken lont.
Een school uit Culemborg biedt vandaag tussen 10 en 12 uur een cursus thuisonderwijs aan ouders aan en er zijn al twintig aanmeldingen (de school heeft zeventig leerlingen!). Ook de kinderen van deze school moeten huiswerk op het raam plakken.
Verder is er digitale luizencontrole: de kinderen scannen hun hoofd en krijgen automatisch de uitslag. Ouders trappen er niet in, maar veel kinderen wel.
Maar volgens o.a. de Gelderlander zijn er meer grappen gemaakt. Niet bij de grote bedrijven, die zich op de vlakte hielden dit jaar, zelfs niet bij het Jeugdjournaal en Google, maar vooral op scholen, zoals in Sint Pancras. Leerlingen van groep 7 kregen van juf Karen Jongkind een berichtje dat ze hun huiswerk op het raam moesten plakken en dan komen de leraren vandaag langsfietsen om het te controleren. Gisteren om 11 uur moesten ze een foto maken van hun werk plus het adres. Slechts twee leerlingen roken lont.
Een school uit Culemborg biedt vandaag tussen 10 en 12 uur een cursus thuisonderwijs aan ouders aan en er zijn al twintig aanmeldingen (de school heeft zeventig leerlingen!). Ook de kinderen van deze school moeten huiswerk op het raam plakken.
Verder is er digitale luizencontrole: de kinderen scannen hun hoofd en krijgen automatisch de uitslag. Ouders trappen er niet in, maar veel kinderen wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)
